Leuker kunnen we het niet maken... want iedere zondag is het feest
 
Terug
Clubnieuws 19 September

Leuker kunnen we het niet maken... want iedere zondag is het feest

Nieuws afbeelding

Ik heb een heerlijke jeugd gehad. Hoewel….

In onze familie heerste een voor mij vreselijke traditie. Om de twee weken moest er een bezoek gebracht worden aan mijn grootmoeder. Zij was een grote, struise en vooral norse Friese vrouw, die in haar leven zeven zonen gebaard had. Ook deze hadden in hun leven niet stil gezeten, want ik had maar liefst 21 neven en nichtjes. Het merendeel hiervan werd net als ik iedere veertien dagen meegesleept om een bezoek te brengen aan "ûs beppe”. Een regelrechte ramp. Mijn grootmoeder troonde als een koningin op een verhoging in de ‘mooie kamer’, met daaromheen in een halve cirkel veertien kleine rieten stoeltjes, waarop haar kleinkinderen plaats mochten nemen, op voorwaarde dat je stil zat. Als je maar uit je ooghoeken keek of met je wenkbrauwen knipperde klonk het bits: "Zit stil”. In een uiterst ongemakkelijke houding gezeten liet ik, bij gebrek aan beter, vaak mijn fantasie de vrije loop. Ik was stinkend jaloers op Roodkapje, wier grootmoeder in ieder geval door een wolf opgegeten was. Het voorkwam niet dat ik, vanwege die ongemakkelijke houding, dikwijls ondraaglijke steken in mijn rug voelde of dat één van mijn beentjes uiterst vervelend begon te slapen. Op 5 januari 1946 "verwisselde zij het tijdige met het eeuwige leven”, zoals op de rouwkaart te lezen stond. Ik herinner mij niet of het een droevige begrafenis was. Voor mij in ieder geval niet. Terwijl wij langs de open groeve liepen mochten we met een klein schepje wat aarde op de kist strooien. Bewust zocht ik naar een wat grotere kluit. De "boink” waarmee die op de kist uiteenspatte klonk mij als een welluidende paukenslag uit een opera van Verdi in de oren. Ik weet niet waarom ik u deelgenoot maak van dit jeugdtrauma. Maar vanaf dat moment, kan ik u verzekeren, nam ik mij voor van iedere zondag een feestdag te maken.

Dat is dan ook precies de reden waarom ik steeds weer met veel genoegen ons sportpark Beekhuizen betreed. Immers nooit hoef ik er stil te zitten en altijd is het er dikke pret. Ook afgelopen zondag vormde geen uitzondering. Want al in de vroeg ochtenduren dartelden de veteranen van ons A-team als vrolijk blatende schaapjes in de wei van veld 1. Een lust voor het oog, soms iets minder voor het gehoor. Daarenboven kom je voor deze mannen superlatieven tekort, wanneer je hun sportieve prestaties beoordeelt. Immers de tip in, waarmee Casper Klijn de 1-0 aantekende was groots van uitvoering. Vrolijk en blij werd ik bij het aanschouwen van de schitterende solo van Johan Blijdorp, waarmee hij de score naar 2-0 tilde. De Almelose tegenstanders werden haast wanhopig toen de man met de mooiste hockeynaam van heel Nederland, Robbert Paul van Eck Duymaer van Twist, -door zijn vrienden kortweg Teun genoemd- voor de derde maal het vijandelijke net liet vibreren. Een oogverblindend fraaie cornervariant werd uiteindelijk door Tjeerd Janssen tot een 4-0 stand gepromoveerd. Toen vond men het wel welletjes en boden onze mannen de gasten uit Twenteland de gelegenheid om onze keeper Joost van Unnik onder vuur te nemen. Die toonde met miraculeus fraaie, katachtige sprongen aan dat zijn doel een onneembare veste was. Slechts uit louter mededogen met de tukkers gunde hij hen één schamel doelpuntje. Van pure vreugde over zoveel goedgunstigheid voerden zij een inheemse krijgsdans uit, waarna zij zich vol overgave op het Arnhemse biervat stortten om de bittere smaak van de smadelijke 4-1 nederlaag weg te spoelen.

Intussen vierde op het belendend kunstgrastapijt van veld 2 de AHC- gastvrijheid hoogtij. Ons jongste seniorenteam van Arnhem DJ1 moest de degens kruisen met de leeftijdgenootjes uit Bemmel. Zij deden dit met verve. Ondanks een 2-5 nederlaag gaan we op korte termijn nog veel plezier aan dit team beleven, want de twee doelpunten van Coco Lenting en Sophie Manetti waren beide beauties, die veel fraais voor de toekomst voorspellen. Alleen de welluidende namen van deze speelsters staan al garant voor succes.

De 2-6(!) nederlaag die ons Dames 2-team incasseerde gaat als historisch de boeken in. Sinds mensenheugenis hebben onze dames niet zo open huis gehouden als in hun strijd tegen hun tegenstandsters uit Beuningen. Die waren daar ook heel dankbaar voor. Reden voor paniek? Geen denken aan, want de schitterende tip in van Lisette de Graaff en het doelpunt waarmee Eva Dortmans een strafcorner verzilverde toonden aan dat we hier slechts met een incident van voorbijgaande aard te maken hadden. Dat was ook van de vrolijke gezichten van onze dames na afloop van de wedstrijd af te lezen.

Zonder andere teams ook maar enigszins te kort te willen doen kijk ik toch altijd met extra hoge verwachtingen uit naar een gepassioneerde strijd van ons Dames 1-team. Dat was deze keer helemaal het geval, omdat sinds het begin van dit seizoen onze meiden aan de leiband lopen van de gloednieuwe coach Bas Bijkerk. Zijn goede naam is hem al vanaf de overkant van de Rijn vooruit gesneld. Hij heeft mij niet teleurgesteld. Als een meute jonge honden schoten onze meiden uit de startblokken. Nauwelijks had het deskundige publiek goed en wel op de tribunes plaats genomen of Karo Sluis ‘jankte’ de bal snoeihard de vijandelijke cirkel in waar Ashley Meeuwsen klaar stond om hem fraai in het netje te tippen. In hetzelfde eerste kwart van de wedstrijd zorgde Julia Wout ervoor dat de stemming onder de enthousiaste aanhang bijzonder vrolijk werd. Zij stond aan het einde van een strafcorner en zorgde voor een geruststellende 2-0 stand. Vanaf dat moment bleven de jonge honden maar vliegen en draven zonder de score uit te bouwen. Dat gaf de tegenstandsters uit Bemmel de moed om ook de nodige plaagstoten uit te delen. Het gevolg was dat het geruststellende gevoel allengs wegebde en plaats maakte voor klamme handjes, natte oksels en koude rillingen over mijn rug. Het eindsignaal ervoer ik als een bevrijding na een zware bevalling. De drie punten, waarmee de 2-0 zege beloond werd, werden door mij gekoesterd als een waardevol kleinood.

Als er ooit een zondag door mij als een spetterende feestdag wordt gevierd is het wanneer een wedstrijd van ons Heren 1-team tegen Oosterbeek heren 1 op het programma staat. Spanning, sensatie en strijd volop met na afloop meestal een klinkende overwinning voor onze mannen. Al deze ingrediënten bleken ook nu weer in deze (vriendelijke) "burenruzie” verpakt te zijn. Het eerste doelpunt, van Tijmen de Bos was van hemelse schoonheid. De snelheid waarmee Max Verstappen over ‘s werelds racecircuits raast is echter een slakkengangetje vergeleken met de duivelse snelheid, waarmee Michiel Tromp de eerste de beste strafcorner het Oosterbeekse doel injoeg. Dat betekende 2-0, hoewel dit doelpunt wat mij betreft voor tien had mogen tellen. Ofschoon aanvankelijk aangeslagen door dit Arnhemse machtsvertoon, legden de Oosterbeekse tegenstanders een strijdlust aan de dag vergelijkbaar met die van de Airborne troepen. Dat leverde hen bijgevolg nog voor de pauze succes op. Doch in het verdere verloop van de strijd liet Wout Fijen zien, dat met hem niet te spotten valt. Dus zette hij de 3-1 op het scorebord. Zelfs toen wisten de Zuid-Veluwse opponenten van geen wijken en slopen via een benutte strafbal tot 3-2 dichterbij. Extra moed putten zij uit een door Tijmen de Bos op de lat gepoeierde strafbal. De resterende minuten kropen in het tempo van een schildpad voorbij. Als klaroengeschal klonk het laatste fluitsignaal mij in de oren. Deze schitterende 3-2 zege gaf een extra gouden randje aan een superdag.

En dan te bedenken dat er over enkele dagen weer een zondag komt. Komt en overtuigt u. Want dat wordt opnieuw een sprankelende feestdag, is de rotsvaste overtuiging van

Wim Swart, uw wedstrijdsecretaris